Aan bumbu (kruiden) gebruikten wij alleen brambang (uien), bawang (knoflook), trasi (pasta van gefermenteerde vis of garnalen), suiker. Dat was alles, maar toch was het eten lekker. Ik weet eerlijk gezegd niet hoe het komt dat het tegenwoordig niet meer smaakt als je alleen deze ingrediënten gebruikt. Hoe komt het dat als ik nu rijst bak met trassi dat het niet lekker is zoals vroeger? Zou het komen omdat wij toen zo arm waren, dat alles wat je had goed smaakte? Vroeger aten wij intip (droge, harde onderlaag van gekookte rijst), omdat wij niet genoeg rijst hadden en dat aten wij met geraspte kokos. Dat smaakte toen wel, maar nu niet meer.
Wij hadden pakjes eten gestuurd naar mensen in de straat. Dat is een traditie die munjung wordt genoemd. Als je een pakket (punjungan) ontving moest je een sumbangan (bijdrage) geven. Als je dat niet deed voelde je je niet prettig want je hebt immers een punjungan ontvangen. Het was een manier om van mensen een bijdrage te vragen. Dat was vroeger niet veel. Mensen konden niet zoveel geven. Een gulden tot twee gulden was al veel. Soms wordt alleen een punjungan gestuurd naar mensen met een pangkat (mensen met een ambt, zoals dorpshoofd, dorpsonderwijzer). Dat hangt van de feestgever af. Die beslist wie een punjungan ontvangt.
Mijn tweede man, de vader van mijn dochter, had een wens voordat hij overleed. Hij zei, onze dochter weet niet veel van tradities af. Als ik er niet meer ben hoef je niet veel voor mij te doen, maar wat ik graag wil is lippenstift, poeder, parfum en brood. Soms heb ik helemaal geen zin om het te doen, maar dan denk ik is het wel goed als ik het niet doe. Ik voel me er niet prettig bij. Op de een of andere manier voel ik me wel verplicht om aan zijn wens te voldoen. Soms wil ik de oude geven, maar ik koop uiteindelijk toch nieuwe.





